een stukje geschiedenis over de seaforth highlanders of canada
Tekst hier invullen...
Schotland
in 1778 , ten tijde van de Napoleonistische oorlogen, vormde Kenneth MacKenzie, Earl of Seaforth een regiment, dat gedurende de eerste acht jaar van zijn bestaan The 78th (Highland) Regiment of Foot genoemd werd. Na deze periode vond een her-nummering plaats naar The 72nd Regiment of Foot (Seaforth Highlanders). De werving vond plaats in Noord West Schotland, voornamelijk in het gebied van de MacKenzie Clans, zoals de streek Seaforth.
Later, op 7 maart 1793, richtte Francis Humberstone MacKenzie, een neef van de Earl of Seaforth opnieuw een '78th (Highland) Regiment of Foot' (Ross-Shire Buffs) op.
Het eerste treffen met soldaten uit Nederland, in die tijd bekend als Holland, was in 1795 op het eiland Ceylon (tegenwoordig Sri Lanka) waar The Seaforth Highlanders tegen de Nederlanders streden en wonnen. In 1806 hadden de Seaforth uit Schotland wederom een treffen met Nederlandse soldaten tijdens gevechten om Kaapstad tijdens de Boerenoorlog.
Francis Humberston Mackenzie, 1st Baron Seaforth
In 1823 werd de naam van het 72nd Regiment gewijzigd in The Duke of Albany's Own Highlanders en vertrok het regiment naar Zuid Afrika, Gibraltar, Canada en het Caribische gebied. In 1855 vocht het in de Krim-oorlog (Sebastopol) en van 1858 tot 1866 deed het dienst in India. Ten slotte was het regiment betrokken bij hevige gevechten in Afghanistan in 1878.
In juli 1881 gingen 72nd, The Duke of Albany's Own Highlanders samen met The 78th Highlanders en vormden zo het 1st en 2nd Battalion of the Seaforth Highlanders.
WO I
Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er 8 bataljons en 1 pioniersbataljon in actieve dienst. De bataljons leden zware verliezen onder hun manschappen. Na de Eerste Wereldoorlog gingen de Seaforth Highlanders naar India, Ierland, Afghanistan, Palestina, Egypte en Sjanghai.
WO II
Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelden de Seaforth Highlanders een belangrijke rol op diverse fronten. Het 2e, 5e en 6e Bataljon vochten mee in de Italie-operatie in 1943. Het 2e en 5e Bataljon kwam in actie in Normandie, terwijl het 1e Bataljon in India was.
In 1944 bevrijdden het 2e en 5e Bataljon, ingedeeld bij de 51st Highland Division, o.a. Best en Eindhoven, terwijl het 7e Bataljon (15th Scottish Division) betrokken was bij de bevrijding van Tilburg en de Uitputtingsslag om de Ardennen, een laatste poging van Adolf Hitler en zijn generaals om de oorlog naar hun hand te zetten. En wij weten hoe het afliep!
CANADA
Hoe het verder ging:
Onder de vele immigranten in Canada waren veel Schotten. In Vancouver ontstond in 1909 het idee om een Highland Regiment op te richten, hetgeen officieel in 1910 gebeurde. Uiteraard maakte het nieuwe Regiment deel uit van het Canadese leger; het Regiment kreeg het enige nog beschikbare nummer van de Canadian Army List toegewezen, namelijk 72.
Heel toevallig was dit hetzelfde nummer als dat van de 72nd Regiment of (Highland) Foot opgericht in 1777 door Kenneth MacKenzie, Graaf van Seaforth, in Schotland. Op 11 april 1911 verkreeg het Canadese Regiment de officiële goedkeuring van Schotland om de naam Seaforth Highlanders te gebruiken.
Uitbraak WO I
In de Eerste Wereldoorlog vochten zo'n 41 officieren en 1634 manschappen van het Regiment The Seaforth Highlanders of Canada mee in het 16th Overseas Battalion Canadian Expeditionary Force, waarvan later de naam is gewijzigd in The Canadian Scottish Regiment. In Canada werd het Regiment verder opgericht en voer tenslotte in 1916 als 72nd Battalion CEF (40 officieren en 1055 manschappen) naar Frankrijk en werden al snel in de strijd gegooid. In korte tijd verworven zij een reputatie onder vriend en vijand voor hun moedig gedrag en in het bijzonder voor hun manier van patrouilleren en agressieve loopgraafacties. Het regiment betaalde een zware tol voor al die bloedige gevechten. Tijdens Vimy Ridge, vocht het 72nd in de speerpunt van de aanval, waarbij de Canadese troepen hun reputatie als beste aanvalstroepen onder geallieerde zijde verwierven. Maar aan het einde van de slag overleefden slechts 11 officieren en 62 man deze aanval.
De Slag om Passchendaele, begon voor het ochtendgloren van 30 oktober 1917 en het regiment zette de aanval op Passchendaele in, de manschappen wadend tot hun middel in de modder en in de stromende regen en namen, na zeer bloedige gevechten, tenslotte hun doel, de Crest Farm in. En dat terwijl de Britse bevelhebbers hadden berekend dat slechts een complete divisie van 15.000 soldaten Passchendaele konden innemen. In 1919 keerde het Regiment terug naar Canada. Toen de veteranen in Vancouver aankwamen, namen zij 16 Battle Hounours mee. Maar deze erkenning van hun moed kon niet wegnemen dat er van de 3791 militairen die als Seaforth hadden gevochten, er 2515 gewond raakten of sneuvelden.
Het regiment tijdens WO II
Toen in 1939 de dreiging van een nieuwe oorlog elke dag sterker werd, en in september 1939 de Duitsers Polen bezetten, werd het Canadese Leger gemobiliseerd. Op 20 december 1939 staken de Seaforth Highlanders of Canada over naar Groot Brittannië, inclusief de band, als onderdeel van de Eerste Canadese Divisie, 2e Infanterie Brigade, kenbaar aan de rode rechthoekige lap (\'the Red Patch Devils\') op het battle dress jasje. De eerste drie jaren van de oorlog stonden in het teken van Kustbewaking en oefenen, veel oefenen.
In 1943 werden de Seaforth Highlanders of Canada naar Italië verscheept, waar zij op 10 juli landden op de stranden van Pachino (Sicilië), tijdens de operatie HUSKY. Voor de verovering van Sicilië een feit was, waren de Seaforths al weer 3 Battle Honours rijker, nl. Leonforte, Agira en Adrano. Op 18 augustus werd Sicilie definitief door de geallieerde troepen ingenomen. Na de verovering van Sicilie staken ook de Seaforth, op 4 september, de Straat van Messina over naar het vasteland van Italie en begonnen hun opmars in noordelijke richting.
In het stadje Ortona, aan de oostkust van Italië, behaalden de Seaforths in december 1943, hun langst herinnerde faam en schreef hier in feite het handboek voor gevechten in oorden voor het Canadese leger. De genadeloze straatgevechten duurden een week. De meeste eenheden in Italie vierden hun kerst achter een muurtje of in een kapot geschoten stal. Maar de Seaforth zouden het anders aanpakken. Op 1e kerstdag 1943 droeg de bataljonscommandant, LtCol S. W. Thomson, de compagnieën op, om beurtelings het kerstdiner te nuttigen, na de maaltijd moest de eenheid dan de volgende eenheid aflossen, om ook hun in staat te stellen aan het kersdiner deel te nemen. Een kapot geschoten kerk in zuid Ortona, Santa Maria Di Constantinapoli, werd door de Quarter Master, Capt Cameron, en zijn mensen ingericht met tafels, stoelen, tafellinnen en de tafels voorzien van een fles bier de man, fruit, noten, chocolade en snoepgoed. Hij had alles in het werk gesteld om er een eerste klas diner van te maken. Op het menu stond onder meer; soep, varkensvlees, groenten en kerstpudding, maar hoe fantastisch dit eten ook was, de geest van deze gebeurtenis betekende veel meer voor de moe gestreden mannen. Hieronder volgt een kort stukje uit het Oorlogs Dagboek van de Seaforths:
C Company was the First to eat diner in the church, a diner non had felt possible under such conditions, but no one had truly tested the ingenuity and resourcefulness before the QM and staff. From 11.00 to 19.00 hours, when the last man of the Battalion reluctantly left the table to return to the grim realities of the day, there was an atmosphere of cheer and good fellowship in the church, a true Christmas spirit. The impossible had happened. No one had looked for a celebration this day. December 25th was to be another day of war. The expression on the faces of the dirty bearded men as they entered the building was a reward that those responsible are never to forget. When C Company had finished their diner they relieved A Company so that they might come back the 300 or 400 yards for the same. Christmas Day was no less quiet then the preceding ones, but it is one the Regiment will never forget. PM Esson played his pipes several times throughout the meals. During the diner the Signal Officer, Lt W. Gildersleeve, played the church organ and, with the aid of an improvised choir organized by the padre, carols rang throughout the church....
(bron komt af van The Seaforth Highlanders of Holland Memorial Pipes and Drums)